Kloosterervaringen (1)

Kloosterervaringen (1)

4 februari 2019 0 Door Jos Last

Met een cappuccino en een muffin liet ik mij in een grote leunstoel op Utrecht Centraal zakken. Over een uurtje zou ik de trein pakken naar Echt in Limburg. Daar zou ik samen met twee klasgenoten een dag meedraaien in een klooster. Niet zo’n stilte-retraite-centrum, maar een ‘echt’ klooster, met monniken. Uiteraard had ik mij iets ingelezen over de gang van zaken in het klooster, maar ik had nog niet echt specifieke verwachtingen. We zouden het wel zien.

de besneeuwde laan naar het klooster

Na enige vertraging door de winterse omstandigheden kwamen we om twaalf uur aan bij de abdij.  Al lopend over de besneeuwde laan naar het klooster kwam ons het geluid van de klok ons al tegemoet. Na enige twijfel of we de dienst niet zouden verstoren trokken we aan een ouderwetse deurbel bij de grote eikenhouten deur. Na enige seconden van stilte werd een zijdeur naast de poort geopend. Een vrijwilliger ontving ons en nam ons mee naar de eetzaal voor de gasten. Hij vertelde ons een aantal basisregels aangaande de maaltijden. Daarna werden wij naar onze kamer gebracht. De geur van oud meubilair kwam ons tegemoet bij het openen van de kamerdeur. Het viel mij direct op hoe ontzettend schoon de kamer was. Menig hotel zou hier nog wat van kunnen leren. Op het prachtige eikenhouten bureau lag een Willibrord Bijbel. Omdat we net te laat waren voor de middagofficie hadden we even twintig minuten om bij te komen van de reis. Om half één liepen we door de stille gang naar de eetzaal om samen de maaltijd te nuttigen.

Nu is het de gewoonte dat twee van de drie maaltijden in stilte genuttigd worden. Nadat we ons hadden voorgesteld aan de drie andere gasten en een pater die hier op ‘werkbezoek’ was namen we zwijgend onze plekken in. Er stonden twee grote pannen met dampende champignon soep voor ons, wat geen straf was met het koude weer. Nadat we allemaal heerlijk genoten hadden van de soep, wilde ik gaan afruimen. Ik ben tussenmiddag warm eten helemaal niet gewend, laat staan drie gangen op een doordeweekse dag. Na deze beschamende toestand kregen de volgende gang opgediend. Voor ons stond een schaal gekookte aardappelen en vers klaargemaakte tuinbonen met jus. Hoewel ik normaal gesproken mijn ongenoegen over gekookte aardappelen niet onder stoelen of banken stop, moet ik eerlijk bekennen dat het nog lang niet zo gek smaakte. Hoewel de abdij een van de plekken in Limburg was waar het LiVar-vlees (Limburgs varken) geproduceerd werd, waren allemaal maaltijden zonder vlees. Gelukkig kregen we als troost een groentekroket. Tot slot kwam het toetje, een schaal met mandarijnen. Goede bekomst!

Pater Johannes zag eruit zoals je het ook zou verwachten van een monnik. Een lange witte pij, met daarover een zwart overhangsel, en een leren gordel.

Nadat we samen als gasten de afwas hadden gedaan, kregen we samen met onze net aangekomen klasgenoot een rondleiding door de pas gerenoveerde kapel. Het was een contrast met de rest van het klooster. De kerk was sober doch, modern. Een inspirerende plek om te zijn. Het volgende punt op van de dagorde betrof het koffie en thee drinken met een biscuitje. Ook was hier pater Johannes aanwezig. Binnen het klooster heeft hij de taak van gastenbroeder toebedeeld gekregen. Andere broeders mengen zich niet met de gasten, omdat dat anders tot een bron van vertier kan worden. Dat is niet de bedoeling, omdat de monniken zich voor 100% willen richten op God. Het enige moment dat ik de andere monniken gezien heb is tijdens de diensten. Zij leven ook achter ‘gesloten deuren’ waar de gasten niet mogen komen. Pater Johannes zag eruit zoals je het ook zou verwachten van een monnik. Een lange witte pij, met daarover een zwart overhangsel, en een leren gordel. Het komende uur zou niet genoeg zijn voor de vragen die wij als theologie studenten voor hem hadden, dus besloten we ’s avonds om half 8 even een moment te pakken om verder in gesprek te gaan. Daarover later meer.

De kapel

Tot half zes hadden we nog even tijd voor ons zelf. Ik besloot van de tijd en rust gebruik te maken en dook met mijn Bijbel de stille, gerenoveerde, kapel in. Het was fijn om zo even een uur door te brengen om rustig uit de Bijbel te kunnen lezen en te kunnen bidden. Alle rusteloze gedachten vlogen uit m’n hoofd en schoten door de kapel. Tot rust komen, dat lukt daar wel. Half zes was het dan zover. De eerste dienst samen met de monniken. We zongen een aantal psalmen en er werd een stukje gelezen. De psalmen hebben niet zo veel weg van de psalmen die wij kennen. Qua tekst komen ze nog wel redelijk overeen, maar als het gaat om melodie is het een wereld van verschil. Persoonlijk, en dan moet ik erbij zeggen dat ik opgevoed ben met de traditionele gereformeerde psalmen, klonk het voor mij meer als een melodisch opzeggen van teksten. De beste broeders zongen elke twee weken alle 150 psalmen door, waaronder ook psalm 119 (voor de niet-gereformeerden, dat is de langste psalm waarvan de protestantse traditie 88 (!) coupletten kent). Afijn, na een half uur melodisch psalmen zingen en bijbellezing was het tijd om te gaan eten. Dit keer mocht er wel over gesproken worden. De drie katholieken tegenover ons slaan een kruisje en wij vouwen onze handen. In stilte vragen wij een zegen over de maaltijd die voor ons staat. Deze keer betreft het een broodmaaltijd. Onder het eten wordt er veel uitgewisseld over onze (kerkelijke) achtergronden en de redenen dat we hier zijn. Het waren interessante gesprekken. We dienen allemaal dezelfde God, maar we hebben (helaas) genoeg verschillen om over te praten. Het was dan ook geen welles-nietes gesprek, maar we hebben veel van elkaar mogen leren.

Nadat we afwas weg hadden gewerkt was het tijd voor ons gesprek met pater Johannes. We hadden afgesproken om half acht onderaan de trap naar de gastenkamers. Stipt half acht verscheen de pater ten tonele. Hij begeleide ons naar een van de spreekkamers. Daar kun ongeveer een voorstelling van maken dat je een ruimte hebt waarin de keukentafel van je oma staat, met aan de muren net iets teveel religieuze schilderijen. Dan heb je wel een goed beeld van de spreekkamer. We raakten al snel in een theologisch gesprek, het ging over de eucharistie, oftewel het Heilig Avondmaal. De volgende ochtend zou er om 07:00 weer de eucharistie bediend worden en wij vroegen ons af of wij als protestanten de eucharistie mee konden vieren. De kloosterorde had daarvoor de twee volgende regels, of misschien beter gezegd, richtlijnen:

Ten eerste je bent katholiek gedoopt, en ten tweede je staat achter de leer van de eucharistie, om dat met een theologische term te zeggen, de transubstantieleer.

Het eerste punt was niet zo’n probleem. Katholiek wil zeggen, algemeen. In tegenstelling tot Rooms-Katholiek, wat weer iets heel anders betekent. Goed, mijn twee klasgenoten en ik waren allemaal gedoopt. Dus aan dat criterium konden wij voldoen. De tweede richtlijn woog weer net een tikkeltje zwaarder. In de Rooms-Katholieke kerk, en dus ook in het klooster, geloven ze dat wanneer er eucharistie (of avondmaal) gevierd wordt, het brood en de wijn daadwerkelijk veranderen in het lichaam van Christus. De eucharistie is dan ook het liturgische hoogtepunt van de dag. Ze geloven dat Christus zelf aanwezig is bij de eucharistie. Bijbels gezien nemen ze de passage waarin Jezus zegt: “Dit is mijn lichaam” volkomen letterlijk. Persoonlijk sta ik daar niet achter en heb ik vervolgens ook niet de eucharistie meegevierd. Uiteraard was ik wel aanwezig bij de dienst. Het was helemaal niet de bedoeling om deze discussie weer op te starten, maar het was juist interessant om hier eens meer over te horen hoe een ‘echte’ katholiek hierin stond en wat zijn beleving was. We moesten het gesprek al weer afronden, omdat de volgende dienst op het programmastond, namelijk, de completten. Je raad het al, psalmen zingen en een stichtelijk woord van de pauselijke liturgie lezen. Daarna was het tijd om naar de kamer te gaan en een poging doen om een beetje nachtrust te pakken.

Het is echt een wereld apart, maar wel een bijzondere wereld.

Half slaapdronken mep ik om 04:00 met mijn hand op de snoozebutton op het oplichtende telefoonscherm. Zo’n tien minuten later hoor ik de bel van de kerk al weer klingelen, het teken om naar de dienst te gaan. 04:30 beginnen de metten, waar ook het spreekwoord ‘korte metten maken’ vandaan komt. Een monotoon opdreunen van de psalmen die op het rooster staan met daarbij weer een lezing. Ik begin steeds meer respect te krijgen voor die 14 mannen die dit dus elke dag doen. Pater Johannes vertelde dat hij hier sinds 1985 was. Sinds. negentien. vijfentachtig (!) Ik zou het niet kunnen volhouden, ik werd namelijk al een beetje gek van mijzelf op na de eerste dag. Het is echt een wereld apart, maar wel een bijzondere wereld.

Ik heb ervaren wat een combinatie van stilte, rust en orde met je kan doen, en hoewel ik het wel lastig vond lijkt het me super tof om mij hier in te gaan verdiepen. Dit ga ik volgend jaar ook doen tijdens minor op de CHE: Expeditie Benedictus! Hier duik ik in de wereld van allerlei verschillende kloosterordes. Ik ben benieuwd wat deze ervaring mij gaat brengen. 

Stay tuned!

GroetJos!